The Beauty Within

Scroll down for English

Mens, durf te eten

Eten. Voor de meeste mensen iets vanzelfsprekends. Voor mij jarenlang een mijnenveld.

Het begon toen ik zeven was. Een opmerking over mijn gewicht bleef hangen en werd gevolgd door nog veel meer opmerkingen over mijn lichaam en wat ik wel of niet at. In de jaren die volgden, verloor ik steeds meer het contact met mijn lichaam en het vertrouwen dat ik mocht eten wanneer ik honger had, tot ik genoeg had. Eten werd iets waar ik mezelf op kon veroordelen: het was te veel, te weinig, te vet, te zout, niet gezond genoeg. Zelfs eten dat eigenlijk gezond was, kon in mijn hoofd ‘verkeerd’ zijn. 

Daar kwamen periodes bij waarin er simpelweg niet genoeg geld was om goed te eten. Ik heb maandenlang gedwongen maaltijden overgeslagen en zoveel dagen gehad waarop een paar boterhammen met pindakaas mijn eten voor die dag waren. Later kwam ik om medische redenen in korte tijd veel aan. Zelfs daar legde ik de schuld voor bij mezelf. Ik dacht dat mijn gewicht enkel iets zei over mijn wilskracht, discipline en karakter. 

Toen ik voor de zoveelste keer huilend in de supermarkt stond en niet wist wat ik kon kopen omdat alles ‘fout’ leek, was ik er klaar mee. Klaar met alle meningen, regels en oordelen over wat ik zou moeten eten en hoe mijn lichaam eruit zou moeten zien. Ik besloot naar binnen te keren en opnieuw te leren luisteren naar mijn eigen lichaam. Heb ik honger? Heb ik genoeg gehad? Waar voelt mijn lichaam zich goed bij? En vooral: kan ik dit doen zonder mezelf steeds te veroordelen? 

Dat heeft tijd gekost. Veel tijd. En het is nog steeds niet altijd makkelijk. Maar inmiddels kan ik meestal eten zonder schuldgevoel en zonder negatieve ‘bijgedachten’. Ik weet dat ik geen slecht mens of ‘faalhaas’ ben als ik iets lekkers eet, meer eet dan een ander of iets kies dat niet als gezond wordt gezien. Ook al krijg ik in de supermarkt nog steeds opmerkingen als ik voor een vak met chips of koekjes sta; ook vreemden wijzen me er tot op de dag van vandaag graag op waar ik met mijn omvang wel en niet naar mag kijken (!). Niet zelden met een blik vol afgrijzen erbij. 

En toch. Toch geloof ik er heilig in dat eten en mijn postuur niet bepalen wie ik ben. Ze maken me mens.

En dat is wat ik mezelf steeds meer probeer te gunnen: ademruimte. Niet perfect hoeven zijn. Niet vandaag mezelf afrekenen op wat ik gisteren wel of niet heb gedaan. Gewoon iedere dag opnieuw beginnen en mezelf dezelfde mildheid geven die ik een ander ook gun.

Dare to Eat

Food. For most people, it is something ordinary. For me, it was a minefield for many years.

It started when I was seven years old. A comment about my weight stayed with me and was followed by many more remarks about my body and about what I did or did not eat. Over the years, I became increasingly disconnected from my body and I lost the trust that I could eat when I was hungry and stop when I felt satisfied. Food became something I judged myself by: I ate too much, too little, too fatty, too salty, not healthy enough. Even food that was objectively healthy could feel “wrong” in my mind. 

There were also periods when there simply wasn’t enough money to eat properly. I had to skip meals and had so many days when a few peanut butter sandwiches were all I ate. Later, due to medical reasons, I gained a significant amount of weight in a short period of time. Even then, I blamed myself. I believed that my weight reflected nothing more than my willpower, discipline, and character. 

When I found myself standing in a supermarket in tears for what felt like the hundredth time, unable to decide what to buy because everything seemed “wrong”, I finally reached my breaking point. I was done with all the opinions, rules, and judgements about what I should eat and what my body should look like. I decided to turn inward and learn to listen to my body again. Am I hungry? Have I had enough? What makes my body feel good? And most importantly, can I do all that without constantly judging myself? 

That took time. A great deal of time. And it is still not always easy. But these days, I can usually eat without guilt and without the negative thoughts that once accompanied every bite. I know that I am not a bad person or a failure if I’m enjoying a treat, am eating more than someone else, or when choosing something that is not generally considered healthy. Even now, I still receive comments in supermarkets when I stand in front of the crisps or biscuits aisle (!). To this day, strangers feel perfectly entitled to tell me what someone of my size should or should not be looking at – often accompanied by a look of disgust. 

And yet, I firmly believe that food and my body shape do not define who I am. They simply make me human. 

And perhaps that is what I am learning to give myself increasingly: room to breathe. Not having to be perfect. Not having to do everything right every day. Simply beginning again each day and offering myself the same kindness that I would readily give to someone else.